Relative pronouns (Describing things 13)

Relative pronouns (Describing things 13)

Haal hogere cijfers op school

Met een abonnement op Snapput heb je toegang tot alle uitlegvideo's en oefenvragen voor vakken van de havo en het vwo.

  • Ruim 1.000 uitlegvideo’s met heldere uitleg
  • Onbeperkt video kijken voor je proefwerk en examen
  • Zowel klassikaal als zelfstandig te gebruiken op eigen tempo
  • Gemaakt door ervaren docenten
  • Al meer dan 1 miljoen bezoekers
Relative pronouns (Describing things 13)

Haal hogere cijfers op school

Met een abonnement op Snapput heb je toegang tot alle uitlegvideo's en oefenvragen voor vakken van de havo en het vwo.

  • Ruim 1.000 uitlegvideo’s met heldere uitleg
  • Onbeperkt video kijken voor je proefwerk en examen
  • Zowel klassikaal als zelfstandig te gebruiken op eigen tempo
  • Gemaakt door ervaren docenten
  • Al meer dan 1 miljoen bezoekers

Betrekkelijke voornaamwoorden heb je nodig. In een zin verwijzen ze naar een ander deel van de zin. Dat zegt de man die je Engels leert. "Die" is hier een betrekkelijk voornaamwoord. In het Engels gebruiken we daarvoor Who, That, Whose, Which en Where. In deze video leer je ze allemaal gebruiken.

Niveau
havo
2
vwo
2
Tags