DNA, basenparen en chromosomen

DNA, basenparen en chromosomen

Haal hogere cijfers op school

Met een abonnement op Snapput heb je toegang tot alle uitlegvideo's en oefenvragen voor vakken van de havo en het vwo.

  • Ruim 1.000 uitlegvideo’s met heldere uitleg
  • Onbeperkt video kijken voor je proefwerk en examen
  • Zowel klassikaal als zelfstandig te gebruiken op eigen tempo
  • Gemaakt door ervaren docenten
  • Al meer dan 1 miljoen bezoekers

Een mens heeft 46 chromosomen in elke celkern en hierop staat de informatie voor alle genetische eigenschappen. Chromosomen bestaan uit de stof DNA, deoxyribonucleïnezuur. Als we het molecuul beter bekijken, zien we dat dit eigenlijk twee strengen zijn die in elkaar zijn gedraaid tot een dubbele helix. Deze strengen zijn opgebouwd uit nucleotiden. Elke nucleotide bestaat uit een deoxyribosegroep, een fosfaatgroep en een base. De basen vormen basenparen waardoor de twee strengen bij elkaar worden gehouden. We onderscheiden vier verschillende basen; adenine (A), thymine (T), cytosine (C) en guanine (G). De strengen die tegenover elkaar liggen, zijn complementair aan elkaar. Dit betekent dat ze precies op elkaar passen. Tegenover een adeninebase ligt altijd een thyminebase en tegenover cytosine ligt altijd guanine. De volgorde van de basen bepaalt welke eiwitten gemaakt moet worden en hiermee ligt de genetische informatie vast.

Niveau
havo
4
vwo
4
Tags